Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 31 oktober 2022, nr. 2022-0000558168, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling WNT in verband met aanpassing aan de loonontwikkeling van de maximumloonsom voor de verantwoordingsvrijstelling op grond van de Wet normering topinkomens, verduidelijking van de openbaarmakingsverplichtingen op grond van de Wet normering topinkomens bij groepen van rechtspersonen en enkele andere wijzigingen;

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 1.9, onderdeel a, en 4.1, eerste tot en met vierde lid, van de Wet normering topinkomens;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling WNT wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste, derde en vierde lid wordt ‘€ 1.800’ telkens vervangen door ‘€ 1.900’.

2. In het vierde lid vervalt onderdeel e, onder verlettering van de onderdelen f en g tot e en f.

B

In artikel 5b, onderdeel a, wordt ‘€ 160.000 euro’ vervangen door ‘€ 175.000’.

C

Artikel 5c, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel a wordt ‘per verantwoorde functionaris’ vervangen door ’van elke verantwoorde functionaris per dienstverband,’.

2. In onderdeel b wordt 'waarin de WNT-verantwoording is opgenomen waarin de WNT-verantwoording is opgenomen’ vervangen door ‘waarin de WNT-verantwoording is opgenomen’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.G.J. Bruins Slot

TOELICHTING

1. Algemeen

Met de Wet normering topinkomens (hierna: WNT) wordt beoogd bovenmatige bezoldigingen en ontslaguitkeringen in de publieke en semipublieke sector tegen te gaan door deze aan een maximum te binden en bezoldigingen van topfunctionarissen openbaar te maken. Het bij die wet behorende normenkader, waar de Uitvoeringsregeling WNT (hierna: de regeling) deel van uitmaakt, wordt jaarlijks geactualiseerd mede op basis van ervaringen bij de uitvoering. Voor het kalenderjaar 2023 is sprake van een aanpassing van de regeling aan de loonontwikkeling van de afgelopen jaren van de maximumloonsom voor toepassing van de verantwoordingsvrijstelling voor de WNT (artikel 5b van de regeling) en van een verduidelijking van de openbaarmakingsverplichting op grond van de WNT voor WNT-instellingen die deel uitmaken van een groep van rechtspersonen (artikel 5c, derde lid, van de regeling). Ook zijn enkele andere, vooral technische verbeteringen aangebracht.

2. Wijzigingen

2.1. Wijziging artikel 5
Onder 1

Het in artikel 5, eerste, derde en vierde lid, van de regeling genoemde bedrag (thans € 1.800) is gekoppeld aan het bedrag van de maximale vrijwilligersvergoeding op jaarbasis in artikel 2, zesde lid, Wet op de loonbelasting 1964. Per 1 januari 2023 is dat bedrag € 1.900. Met de onderhavige wijziging is het in artikel 5, eerste, derde en vierde lid, van de regeling genoemde bedrag daarmee in overeenstemming gebracht.

Onder 2

In onderdeel d van het vierde lid van artikel 5 is bepaald dat opgave moet worden gedaan van het aantal uren per jaar van het dienstverband van een topfunctionaris zonder dienstbetrekking. Op basis van onder meer dit gegeven kan berekend worden wat het individueel bezoldigingsmaximum van de betreffende topfunctionaris is en daarmee wat het uurtarief is. Het voormalige onderdeel e van het vierde lid, dat de verplichting bevatte tot openbaarmaking van het uurtarief, vervulde daarom geen functie meer en is komen te vervallen. Met deze wijziging wordt mede uitvoering gegeven aan een aanbeveling vanuit het EAUT-panel1 in hun commentaar op het ontwerp Verantwoordingsmodel WNT 2022.

2.2. Wijziging artikel 5b

Het in artikel 5b, onderdeel a, van de regeling genoemde bedrag van het maximumbedrag van de loonsom is verhoogd van € 160.000 naar € 175.000. Indien de totale loonsom lager is dan € 175.000 geldt voor de WNT-instelling een vrijstelling van openbaarmakingsverplichtingen. Het bedrag van € 175.000 komt bij benadering overeen met de beloning (het salaris) van een Minister in op 1 januari 2022 (zijnde € 175.548,62). Deze verhoging is bedoeld om te compenseren voor de gestegen loonsom van WNT-instellingen sinds 2018 als gevolg van contractuele loonkostenstijgingen. Niet compenseren zou betekenen dat geleidelijk aan steeds minder zeer kleine WNT-instellingen met een zeer gering risico op WNT-overtredingen in aanmerking zouden kunnen komen voor de in deze bepaling geregelde verantwoordingsvrijstelling voor wat de WNT betreft. Bij de jaarlijkse herziening van de Uitvoeringsregeling WNT als onderdeel van het normenkader WNT zal voortaan worden bezien of het betreffende bedrag moet worden verhoogd vanwege de genoemde contractuele loonkostenstijgingen en, zo ja, met hoeveel.

Er is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een redactionele verbetering aan te brengen in dit onderdeel (te weten: ‘euro’ is geschrapt als zijnde dubbelop en dus overbodig).

2.3. Wijziging artikel 5c
Onder 1

In artikel 5c, derde lid, van de regeling is kortgezegd bepaald dat de WNT-instelling die onderdeel is van een groep van rechtspersonen vrij is om te kiezen of de op grond van de artikelen 5 en 5a van de regeling verplicht openbaar te maken WNT-gegevens opgenomen worden in de geconsolideerde jaarrekening van de groep, in de enkelvoudige jaarrekening van een van de andere rechtspersonen in de groep of de enkelvoudige jaarrekening van de betreffende rechtspersoon. In de jaarrekening van de WNT-instelling waarop de openbaarmakingsverplichting rust, wordt verwezen naar de jaarrekening waarin de WNT-verantwoording is opgenomen. Op grond van de WNT moet daarbij van elke topfunctionaris van de WNT-instelling of, bij meerdere WNT-instellingen in groepsverband, uitgesplitst naar individuele WNT-instelling onder meer de bezoldiging en de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband per dienstverband worden verantwoord (zie de artikelen 5 en 5a voor de volledige omschrijving van de te verantwoorden gegevens). Daarnaast moet de totale bezoldiging van elke topfunctionaris met een andere functie bij een gelieerde rechtspersoon dan wel met een nevenfunctie bij dezelfde WNT-instelling worden verantwoord. In de WNT-verantwoording moet van iedere niet-topfunctionaris die op grond van dienstbetrekking bij de WNT-instelling werkzaam is en waarvan de bezoldiging uit hoofde van diens functie of functies na correctie voor de deeltijdfactor hoger is dan het algemene bezoldigingsmaximum, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de WNT, de in artikel 5a van de Uitvoeringsregeling WNT vermelde gegevens worden vermeld. Ook dient ingeval van verantwoording van deze WNT-gegevens in een geconsolideerde jaarrekening van een concern of groep van rechtspersonen dan wel in de jaarrekening van een van de rechtspersonen van het concern of de groep per niet-topfunctionaris in dienstbetrekking te worden uitgesplitst naar functie en rechtspersoon waar deze functie wordt verricht.

Gebleken is dat in de praktijk niet altijd op de juiste wijze uitvoering wordt gegeven aan artikel 5c, derde lid, van de regeling. Zo komen toezichthouders op de WNT regelmatig concerns of groepen van rechtspersonen tegen die een WNT-verantwoording opnemen in een geconsolideerde jaarrekening of in een jaarrekening van een van de rechtspersonen van de groep of het concern, maar wordt daarbij niet aangeven op welke rechtspersoon of rechtspersonen de te verantwoorden WNT-gegevens betrekking hebben, zoals voorgeschreven in artikel 5c, derde lid, onder a, van de regeling. Bovendien wordt in de gebundelde verantwoording over het hoofd gezien dat een topfunctionaris die vanuit een andere rechtspersoon bij de WNT-instelling is geplaatst of gedetacheerd om bij die WNT-instelling werkzaam te zijn als topfunctionaris voor de WNT moet worden aangemerkt als topfunctionaris zonder dienstbetrekking, met daaraan verbonden een afwijkend bezoldigingsmaximum in de eerste twaalf kalendermaanden van de functievervulling (artikel 4 van de regeling) en een afwijkend bezoldigingsbegrip (dat van artikel 2a van de regeling) dan dat van een topfunctionaris in dienstbetrekking. Daardoor wordt niet verantwoord welke vergoedingen tussen de rechtspersonen onderling worden betaald voor de functievervulling van deze topfunctionarissen, terwijl de openbaarmaking daarvan verplicht is op grond van de WNT (zoals bijvoorbeeld managementvergoedingen of managementfees).

Als voorbeeld kan de zorgsector worden genoemd. Binnen zorgconcerns zijn er vaak meerdere WNT-instellingen. Deze WNT-instellingen worden echter, ten onrechte, niet afzonderlijk verantwoord met hun eigen WNT-verantwoording. Uit de WNT-verantwoording blijkt dan niet hoeveel deze individuele WNT-instellingen hetzij rechtstreeks, hetzij via de ter beschikking stellende rechtspersoon (bijvoorbeeld personeelsvennootschap of holding) aan dan wel voor de inzet van de bestuurders vergoeden per dienstverband. Dit is niet in overeenstemming met de WNT en de op de WNT gebaseerde openbaarmakingsbepalingen (artikelen 5 en 5a van de regeling). Uit navraag blijkt dat de betrokken accountants het vraagstuk anders uitleggen en van mening zijn dat artikel 5c, derde lid, onderdeel a, van de regeling juist is toegepast. Zoals hiervoor aangegeven, is dat echter niet het geval. Gelet hierop is in deze toelichting een verduidelijking rondom de verplichting tot het herleidbaar naar entiteitsniveau verantwoorden van de gegevens van de functionarissen per dienstverband binnen concerns en groepen van rechtspersonen opgenomen zoals deze altijd heeft gegolden, zodat eventuele misverstanden ter zake uit de wereld worden geholpen.

Er zijn geen directe aanwijzingen dat deze verantwoordingsproblematiek en daaraan verbonden onduidelijkheid ook bij andere groepen van rechtspersonen in andere sectoren of domeinen, waartoe ook WNT-instellingen behoren, spelen of voorkomen. In andere sectoren is ten opzichte van de zorgsector minder sprake van groepen van rechtspersonen waartoe ook WNT-instellingen behoren. Omdat deze groepsvorming in andere sectoren toch wel voorkomt en bovendien ook niet kan worden uitgesloten dat deze elders zou kunnen ontstaan waar die zich nu nog niet voordoet, is de bedoelde verduidelijking in algemene zin verwoord opgenomen in artikel 5c, derde lid, onderdeel a, van de regeling. Daar waar de problematiek zich niet voordoet omdat er geen sprake is van groepsvorming inclusief WNT-instellingen of omdat de WNT-verantwoording op de juiste wijze plaatsvindt, zal deze verduidelijking geen gevolgen hebben voor de instellingen.

Onder 2

Dit betreft een correctie van een redactionele misslag, te weten het verwijderen van een zinsdeel dat per ongeluk twee keer was opgenomen.

2.4. Consultatie Ex Ante Uitvoeringstoets panel (EAUT-panel)

Net als in voorgaande jaren, is ook dit keer een concept van de regeling tot wijziging van de regeling voor ex ante uitvoeringstoets voorgelegd aan het zogenaamde EAUT-panel (bestaande uit deskundigen uit het veld van onder meer WNT-instellingen, accountantskantoren en advocaten). Aan het EAUT-panel is, volgens vast gebruik, separaat teruggekoppeld of en, zo ja, op welke wijze hun opmerkingen, vragen en aanbevelingen zijn verwerkt in de voorliggende wijzigingsregeling.

Verschillende leden van het EAUT hebben bezwaar gemaakt tegen de wijziging van artikel 5c, derde lid, van de regeling. Bij deze leden blijkt hetzelfde misverstand over de aard, inhoud en strekking van deze bepaling te bestaan wat in de toezichtspraktijk in de zorgsector is vastgesteld bij sommige accountantskantoren. De opmerkingen vanuit het EAUT bij deze bepaling zijn daarom, voor zover op deze bezwaren gebaseerd, niet overgenomen.

3. Regeldrukeffecten

3.1. Regeldrukeffecten voor WNT-instellingen

De onderhavige wijzigingen van de regeling houden verduidelijkingen en tekstuele verbeteringen in die in bepaalde sectoren kunnen bijdragen aan een betere toepassing en naleving van de WNT. De wijzigingen leggen geen nieuwe of verzwaarde verplichtingen op aan WNT-instellingen in vergelijking met de bestaande wet- en regelgeving. Dit zal niet tot meer of minder regeldrukeffecten voor WNT-instellingen leiden.

3.2. Regeldrukeffecten voor controlerende accountants (out-of-pocket kosten voor WNT-instellingen)

De onderhavige wijzigingen van de regeling houden verduidelijkingen en tekstuele verbeteringen in die in bepaalde sectoren kunnen bijdragen aan een betere toepassing en naleving van de WNT. De wijzigingen leggen geen nieuwe of verzwaarde verplichtingen op aan controlerende accountants in vergelijking met de bestaande wet- en regelgeving. Dit zal niet tot meer of minder regeldrukeffecten voor controlerende accountants leiden.

3.3. Advisering door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR)

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het naar verwachting geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

4. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023. Daarmee is voldaan aan de regels met betrekking tot de vaste verandermomenten en publicatie twee maanden voor inwerkingtreding.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, H.G.J. Bruins Slot


X Noot
1

Zie paragraaf 2.4.

Naar boven